Bijlage 11.1 De maat voor woonomgevingskwaliteit
De maat voor woonomgevingskwaliteit is tot stand gekomen door een aantal variabelen in een factoranalyse (type: principale componentenanalyse) met elkaar in verband te brengen. De variabelen zijn gemeten in 1994, 1998, en 2002, of in direct naastliggende jaren. Alle variabelen zijn samengebracht in één groot bestand over de periode 1994-2002. De factoranalyse is uitgevoerd op de variabelen (allen zijn genoemd in tabel 1) in dit bestand. Door de variabelen met de grootste samenhang af te scheiden ontstaan diverse clusters (dimensies, factoren of componenten). Deze factoren zijn te beschouwen als afzonderlijke samengestelde variabelen die van elkaar onafhankelijk zijn.Uit de tabel blijkt dat de eerste factor hoog laadt op (een grote samenhang heeft met) de variabelen rommel, hondenpoep, vernielingen en bekladding, kortom op verloederingsvariabelen. De eerste factor (dimensie) wordt daarom verloedering genoemd. De tweede factor heeft hoge ladingen op aandeel middelhoge flats, aandeel hoge flats en aantal inwoners per kamer. De dimensie wordt daarom 'crowding' genoemd. Factor drie heeft een hoge samenhang met de twee geluidshindervariabelen en heet daarom 'hinder'. Factor vier heeft hoge ladingen op winkels, huisartsen en scholen en wordt daarom benoemd als voorzieningenfactor. De onderzoekseenheden (hier wijken of postcodegebieden) scoren op de variabelen. De scores van de dimensies zijn opgeteld tot één totaalscore voor woonomgevingskwaliteit. Omdat de verschillende jaren (1994, 1998 en 2002) als variabelen zijn opgenomen in het bestand kan deze score per jaar worden weergegeven. In de hoofdtekst hebben de scores in de regel betrekking op 2002, tenzij veranderingen zijn gemeten.
Tabel 1 Uitkomst factoranalyse van wijkkenmerken, periode 1994-2002 (factorladingen na varimaxrotatie) waarop de maat voor de woonomgevingskwaliteit is gebaseerd
| variabelen | factor (dimensie) 1 (verloedering) | factor (dimensie) 2 (crowding) | factor (dimensie) 3 (hinder) | factor (dimensie) 4 (voorzieningen) |
| aandeel middelhoge flats | 0,22 | 0,70 | 0,24 | 0,19 |
| aandeel hoge flats | 0,09 | 0,72 | 0,13 | 0,11 |
| score rommel | 0,69 | 0,18 | 0,40 | 0,16 |
| score hondenpoep | 0,70 | 0,08 | 0,07 | 0,17 |
| score vernielingen | 0,77 | 0,07 | 0,02 | 0,14 |
| score bekladding | 0,72 | 0,24 | 0,30 | 0,09 |
| score geluidshinder (niet verkeer) | 0,16 | 0,08 | 0,80 | 0,06 |
| score geluidshinder (verkeer) | 0,14 | 0,09 | 0,80 | 0,02 |
| aandeel huisartsen (van aantal huishoudens) | 0,01 | 0,10 | 0,13 | 0,75 |
| aandeel winkels (van aantal huishoudens) | 0,01 | 0,06 | 0,11 | 0,58 |
| aandeel scholen (van aantal huishoudens) | 0,19 | 0,27 | 0,01 | 0,40 |
| aantal inwoners per kamer | 0,04 | 0,67 | 0,07 | 0,13 |
| verklaarde variantie (%) | 27,3 | 10,8 | 9,3 | 8,6 |
Bron: ABF-research (ABF-monitoren); BZK/Justitie (Politiemonitor 1993-2001); BZK (Politieprestatiemonitor 2002) SCP-bewerking