De Sociale Staat van Nederland 2003, bijlagen

hoofdstuk 11: Kwaliteit van de fysieke woonomgeving

Bijlage 11.4 Waarde van de woning, verhuizingen en woonomgevingskwaliteit

Naar verwachting wordt de woonomgevingskwaliteit weerspiegeld in de waarde van de woningen. De waarde van het onroerend goed [1] is een goede aanwijzing voor de gewildheid van de buurt, omdat deze niet alleen samenhangt met de kenmerken van de woning, maar ook met kenmerken van de buurt. De waarden zijn gemiddelden voor de viercijferige postcodegebieden. De meest recente gegevens op postcodeniveau dateren uit 1997 (gebaseerd op de waarde van 1995). [2] Ook verhuizingen vormen een aanwijzing vormen voor de gewildheid van de buurt. Verwacht wordt dat uit wijken met een beperkte woonomgevingskwaliteit veel wordt verhuisd.

De variatie in de waarde van het onroerend goed komt ook overeen met de verwachting (tabel 1). Ook het aandeel verhuizingen is relatief hoog in wijken met verhoudingsgewijze weinig woonomgevingskwaliteit en laag in wijken met veel woonomgevingskwaliteit.

Tabel 1 Waarde van onroerend goed en aantal verhuizingen in wijken met weinig en veel woonomgevingskwaliteit, 2002

  weinig woonomgevingskwaliteit middengroep veel woonomgevingskwaliteit
gemiddelde transactieprijswoningen 2001 (1000 euro's 91 121 123
onroerend zaak waarde 1997 (1000 euro's) 66 87 92
verhuizingen (% van de bevolking 2001) 12,2 8,9 7,6

ABF-research (ABF-monitoren); CBS (Postcodedataregister 1997); NVM, BZK/Justiitie (Politiemonitor 1993-2001); BZK (Politieprestatiemonitor 2002) SCP-bewerking

De relatie tussen de woonomgeving en de waarde van de woning wordt mede bepaald door de samenstelling van de bevolking naar sociale status. Het blijkt dat vooral de sociale kwaliteit van de woonomgeving (uitgedrukt in statusvariabelen) invloed heeft op de waarde van de woning, maar dat de fysieke kwaliteit daarnaast een niet te onderschatten bijdrage levert. Ook de relatie tussen het percentage verhuizingen en woonomgevingskwaliteit kan worden beïnvloed door de samenstelling van de bevolking. Zo blijkt dat in slecht scorende wijken groepen voorkomen, waarvan bekend is dat ze vaak van woonplaats veranderen. Met name het verband tussen het aandeel jongeren, respectievelijk alleenstaanden en percentage verhuizingen is erg sterk. Niettemin blijft de relatie tussen woonomgevingskwaliteit en percentage verhuizingen ook na correctie stand houden (tabel 2). Dit betekent dat de fysieke kwaliteit van de buurt direct medeverantwoordelijk is voor het vertrek van zijn bewoners.

Tabel 2 Woonomgevingskwaliteit en andere onafhankelijke variabelen van de waarde van het onroerend goed en verhuizingen

  WOZ transactieprijs verhuizingen
alleenstaand 0,20
paar met kind 0,67 –0,15
eenoudergezin
20-35 jaar –0,16 0,20
≥ 65 jaar
sociale status 0,60 –0,13
woonomgevingskwaliteit (laag) –0,070,06
verklaarde variantie 0,47 0,01 0,65

– geen significante bijdrage aan de afhankelijke variabelen.

Bron: ABF-research (ABF-Monitoren); BZK/Justitie (Politiemonitor 1993-2001); BZK (Politieprestatiemonitor 2002) SCP-bewerking

Noten

[1] De waarde van het onroerend goed wordt bepaald door taxateurs namens de belastingdienst. De waarde wordt per pand bepaald en is van belang voor o.a. de gemeentelijke onroerend zaak belasting, de waterschapsheffing en de inkomstenbelasting (voor zover de belastingplichtige een (eigen) woning bezit).

[2] Op gemeenteniveau zijn al wel recentere gegevens beschikbaar. Het gaat hier om de opnames uit 2001, waaruit de waarde van het onroerend goed van 1999 is afgeleid.

© Sociaal en Cultureel Planbureau

Laatst gewijzigd: 1 september 2003. Opmerkingen en reacties gaarne naar de webmaster@socialestaat.nl.