Bijlage 2.2 Deelname aan speciaal onderwijs en zorgvoorzieningen
Het beleid voor leerlingen met leerproblemen, verstandelijke handicaps of lichamelijke beperkingen is gericht op integratie en grotere keuzemogelijkheden. Voorzieningen als Weer Samen Naar School en het Rugzakje (leerlinggebonden financiering) moeten de opvang van deze leerlingen in het reguliere onderwijs mogelijk maken.
Jongeren zijn leerplichtig vanaf hun vijfde jaar tot en met het jaar waarin zij zestien worden, maar kunnen al vanaf hun vierde jaar naar school. Dit geldt ook voor jongeren met een zintuiglijke of lichamelijke beperking of een verstandelijke handicap. Al naar gelang de ernst van de beperking of handicap kunnen zij het reguliere of het speciaal onderwijs volgen. Er is slechts een zeer kleine groep niet in staat onderwijs te volgen. Dit betekent dat bijna 100% van de kinderen onderwijs krijgt.
De deelname aan het basisonderwijs varieert met de demografische ontwikkeling van de bevolking. In de jaren negentig is de bevolking van 4-12 jaar met 10% gestegen en dat geldt dus ook voor het aantal leerlingen in het primair onderwijs (figuur 1).
Figuur 1: Leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs en bevolking van 4-12 jaar en 12-18 jaar, 1991-2002 (index: 1991 = 100)
primair onderwijs

secundair onderwijs

Bron: OCenW (2002a); CBS (Statline) SCP-bewerking
Decennialang
nam het aantal kinderen in de verschillende vormen van speciaal onderwijs
toe. Vanaf 1 augustus 1998 kennen het regulier en speciaal onderwijs nieuwe
indelingen. Een deel van het speciaal onderwijs, bedoeld voor leerlingen
met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (voorheen lom, mlk en iobk nu speciaal
basisonderwijs (sbao) genoemd), valt voortaan samen met het basisonderwijs
onder de Wet op het primair onderwijs (WPO). Het voortgezette lom en mlk
valt nu onder de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en is ondergebracht
in het vmbo in respectievelijk de afdelingen leerwegondersteunend onderwijs
(lwoo) en praktijkonderwijs (pro). Het overige speciale onderwijs valt onder
de Wet op de expertisecentra (WEC) en is bedoeld voor leerlingen met zintuiglijke
en lichamelijke beperkingen en omvat zowel het basis- als het voortgezette
onderwijs (so en svo).
In de jaren negentig is beleid ontwikkeld om de groei van dit relatief dure
onderwijs (want kleinere groepen en specialistisch personeel) te beteugelen.
Ook speelde mee dat steeds meer ouders hun kind op een gewone school, dicht
bij huis en vriendjes wilden plaatsen. Het WSNS-beleid (Weer Samen Naar School)
richt zich op de opvang van zoveel mogelijk kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden
in het reguliere basisonderwijs. In 1995 namen bijna 58.000 leerlingen deel
aan het speciaal basisonderwijs (sbao). In 1999 was dat door de integratie
van kinderen in het reguliere onderwijs afgenomen tot bijna 52.000, een daling
van 10%. Het aantal neemt in de laatste jaren evenwel niet verder af. De
integratie lijkt hiermee een grens te hebben bereikt.
Overigens zitten niet-westers allochtone
leerlingen relatief wat vaker in het speciaal basisonderwijs: 17% tegenover
15% van de leerlingen in het reguliere basisonderwijs (niet in figuur).
Het aantal leerlingen met een lichamelijke
beperking of verstandelijke handicap, dat deelneemt aan het voor hen bedoelde
speciaal onderwijs (so), is in de jaren negentig explosief gestegen. Namen
er in 1991 ruim 21.000 kinderen aan deel, in 2001 waren dat er anderhalf
maal zoveel. Ook hier is het aandeel niet-westerse allochtonen relatief hoger:
19% in so tegenover 15% in bao.
Ook voor deze groep kinderen zijn
beleidsmaatregelen aangekondigd om deelname aan het reguliere onderwijs mogelijk
te maken. Met het zogenoemde Rugzakje, een leerlinggebonden financieringsregeling,
worden dan extra leerondersteuning, ambulante zorg of lesmateriaal betaald.
Vanaf het schooljaar 2003/'04 kan er een beroep op worden gedaan.
Terwijl in het secundaire onderwijs de deelname aan de hogere onderwijsvormen (havo en vwo) almaar toeneemt, stijgt tegelijkertijd ook het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs (vso) en in de zorgafdelingen van het vmbo (praktijkonderwijs en lwoo) (figuur B2.2). De al in eerdere studies geconstateerde polarisatie in het onderwijs zet verder door (SCP 2000; SCP 2001).
Literatuur