Bijlage 8.2 Reistijdverhoudingen openbaar vervoer versus auto, 1985-2001
Uit verschillende onderzoeken is gebleken,
dat bij de keuze tussen openbaar vervoer en auto de reistijd een van de belangrijkste
factoren is (Van Goeverden en Van den Heuvel 1993). Het gaat daarbij niet
alleen om de snelheid van de eigenlijke openbaarvervoerverplaatsing, maar
ook en vooral om de aansluitende wacht- en overstaptijden, en de kwaliteit
en snelheid van het voor- en natransport.
Gemiddeld duurt een reis met het openbaar
vervoer 40% langer dan een soortgelijke reis per auto. Per trein, die vooral
op lange afstanden concurrerend is, duurt een reis gemiddeld 20% langer;
met het stads- en streekvervoer, dat het vooral moet hebben van de korte
verplaatsingen, bedraagt de additionele reisduur 80% (zie figuur 1). Opvallend
is de geleidelijke verbetering van de reistijd per stads- en streekvervoer,
een ontwikkeling die vermoedelijk vooral te herleiden is tot de relatief
verbeterde doorstroming van bus en tram als gevolg van vrije busbanen en
voorrangsregelingen, in combinatie met de toenemende congestie van het stedelijk
autoverkeer.
Figuur 1 Reistijdverhoudingen openbaar vervoer versus auto, 1985-2001

Bron: CBS (OVG'85-'01) SCP-bewerking