Bijlage 12.12 Invloed van hulpbronnen op de leefsituatie in achterstandswijken
Een andere vraag is of de invloed van de hulpbronnen op de leefsituatie in de achterstandswijken anders uitpakt dan in de reguliere steekproef. Uit onderstaande tabel blijkt dat dit zo is: het belang van leeftijd voor de leefsituatie is in achterstandswijken groter dan in de reguliere steekproef; dit gaat vooral ten koste van het belang van inkomen. Dit komt doordat in de achterstandswijken relatief weinig jongeren wonen en relatief veel ouderen (zie bijlage 12.9). Eerder bleek al dat ouderen in de achterstandswijken het beter doen dan ouderen in de reguliere steekproef. Daarnaast speelt ook gezondheid een grotere rol in de achterstandswijken dan in de reguliere steekproef.
De invloed van de hulpbronnen en enkele andere achtergrondkenmerken op de leefsituatie in achterstandswijken vergeleken met de reguliere steekproef, 2004 (multivariate Anova-analyse, bèta-coëfficiënten)
|
|
exclusief gezondheid |
|
inclusief gezondheid |
||
|
|
regulier |
achterstandswijken |
|
regulier |
achterstandswijken |
|
leeftijda |
0,25 |
0,32 |
|
0,23 |
0,28 |
|
inkomenb |
0,34 |
0,29 |
|
0,33 |
0,29 |
|
arbeidsmarktpositiec |
0,08 |
0,11 |
|
0,07 |
0,10 |
|
opleidingd |
0,29 |
0,28 |
|
0,28 |
0,28 |
|
huishoudenssamenstellinge |
0,08 |
0,13 |
|
0,07 |
0,12 |
|
inkomensbronf |
0,13 |
0,11 |
|
0,13 |
0,09 |
|
gezondheidg |
|
|
|
0,14 |
0,19 |
|
|
|
|
|
|
|
|
verklaarde variantie |
58% |
54% |
|
59% |
57% |
a) 18-24 jaar, 25-34 jaar, 35-44 jaar, 45-54 jaar, 55-64 jaar, 65-74 jaar, 75 jaar en ouder.
b) In decielen.
c) Niet-werkend, werkt minder dan 12 uur per week of meer dan 12 uur per week.
d) Lo/vglo; lbo; mavo, vwo-3; mbo, havo, vwo; hbo, universiteit.
e) Alleenstaande, paar zonder kinderen, paar met kinderen, eenoudergezin, overig.
f) Loon; winst; VUT; AOW; Anw, WW, WAO, bijstand; studiebeurs; overig.
g) Heeft wel of niet langdurige aandoening, ziekte of handicap.
Bron: SCP (CV’04)