De Sociale Staat van Nederland 2005, bijlagen

Hoofdstuk 12 De leefsituatie

Bijlage 12.4 Veranderingen bij indicatoren voor enkele sociale groepen

Achteruitgang bij paren met kinderen

De leefsituatie verslechterde vooral doordat er minder aan sport werd gedaan. Belangrijk is te bedenken dat de vraagstelling van de sportitems is gewijzigd, zie bijlage 12.1.

2002

aantal sporten






alleen- staande

paar zonder kinderen

paar met kinderen

een -ouder


alleen- staande

paar zonder kinderen

paar met kinderen

een-ouder

0/geen sport

51

49

45

58

0

48

43

27

39

1x per wk

16

18

23

16

1

27

28

29

28

2x per wk

15

14

16

12

2

13

17

22

19

3x per wk

6

8

8

9

3

8

6

12

6

4x of meer per wk

13

10

9

4

4

3

3

6

4

2004

5+

2

3

4

4



alleen- staande

paar zonder kinderen

paar met kinderen

een-ouder


alleen- staande

paar zonder kinderen

paar met kinderen

een-ouder

sport niet

54

48

46

58

0

56

49

47

59

<1x per mnd

2

4

5

3

1

23

26

32

23

1-3x per mnd

6

6

6

8

2

14

17

16

13

1x per wk

19

19

21

19

3

5

5

3

3

vaker

18

24

22

13

4+

3

3

2

3

Achteruitgang bij 18-24-jarigen

De achteruitgang bij de 18-24 jarigen heeft vooral te maken met vrijwilligerswerk. In 2002 deed 66% van de 18-24-jarigen geen vrijwilligerswerk (gemiddeld in Nederland was dat 60%) en in 2004 70% (gemiddeld 55%).

Achteruitgang bij laagopgeleiden (maximaal basisonderwijs)

Dat de leefsituatie van laagopgeleiden verslechterde komt met name door hun minder goede woonsituatie en het geringere bezit van consumptiegoederen. Laagopgeleiden wonen relatief vaker in een kleine flat en het bezit van huishoudelijke consumptiegoederen blijft achter bij dat van anderen (tussen haakjes bevolkingsgemiddelde).


2002

2004

vrijstaande woning

12% (18%)

13% (14%)

eengezinswoning

55% (57%)

45% (55%)

flat

24% (21%)

30% (24%)

woonkamer < 20 m2

24% (12%)

29% (14%)

20-30 m2

41% (35%)

38% (29%)

1 of 2 kamers

10% (7%)

19% (10%)

3 kamers

20% (13%)

26% (19%)

geen eigenaar

60% (37%)

63% (40%)

0 huishoudelijke artikelen

24% (15%)

28% (14%)

1

44% (39%)

48% (38%)

2

32% (47%)

24% (48%)

0 hobbyartikelen

13% (4%)

52% (18%)

1

21% (8%)

26% (31%)

2

30% (21%)

23% (52%)

3

36% (67%)


Verbeterde leefsituatie voor alleenstaanden

Voor de alleenstaanden wordt de verbeterde leefsituatie vooral veroorzaakt door veranderingen in de domeinen wonen en mobiliteit. Gemiddeld zijn alleenstaanden wat groter gaan wonen en ook het autobezit is in deze groep toegenomen (tussen haakjes de bevolkingsgemiddelden).


2002

2004

vrijstaand

7% (18%)

7 (14)

eengezinswoning

32% (57%)

30 (55)

flat

48% (21%)

48 (24)

< 20 m2

30% (12%)

27 (14)

20-30 m2

44% (35%)

31 (29)

1 of 2 kamers

27% (7%)

28 (10)

3 kamers

30% (13%)

35 (19)

geen eigenaar

70% (37%)

63 (40)

NS-kaart ja

31% (17%)

25 (16)

auto ja

44% (83%)

51 (78)

Verbeterde leefsituatie voor mensen van 65-74 jaar

Voor mensen van 65-74 jaar verbeterde de leefsituatie vooral als gevolg van een relatief sterk verbeterd bezit van huishoudelijke consumptiegoederen (tussen haakjes het bevolkingsgemiddelde).


2002

2004

huishoudelijke artikelen



0

24% (15%)

21 (14)

1

42% (39%)

48 (38)

2

26% (47%)

30 (48)

hobbyartikelen



0

9 (4)

41 (18)

1

21 (8)

38 (31)

2

38 (21)

21 (52)

3

32 (67)



Hobbyartikelen omvatten in 2002 cd-speler, video en pc, in 2004 dvd-speler en pc; huishoudelijke artikelen bleven gelijk: magnetron en vaatwasser).


Verbeterde leefsituatie voor mensen van 75 jaar of ouder

De leefsituatie van 75-plussers verbeterde vooral als gevolg van een relatief grote mate van sociale participatie, en een relatief mindere teruggang bij uitgaan en sportactiviteiten.



2002

2004

hobbyactiviteiten

0

47% (22)

34 (21)


1

34% (32)

17 (16)

uitgaansactiviteiten

0

53 (11)

60 (25)


1

20 (12)

16 (15)

verenigingslidmaatschap

0

68 (49)

47 (27)


1

24 (35)

26 (31)

vrijwilligerswerk

0

77 (60)

76 (55)


1

17 (26)

13 (27)

sociale isolatie

6-11

10 (4)

8 (6)


12-13

11 (5)

15 (10)

keer sport per week

0

75 (48)

81 (50)

aantal sporten

0

84 (37)

82 (51)


1

12 (28)

12 (27)

© Sociaal en Cultureel Planbureau

Laatst gewijzigd op 7 september 2005. Opmerkingen en reacties gaarne naar de webmaster@socialestaat.nl.