De Sociale Staat van Nederland 2005, bijlagen

Hoofdstuk 12 De leefsituatie

Bijlage 12.6 Voorzieningengebruik en de leefsituatie

De leefsituatie wordt in 2004 berekend met gegevens uit het onderzoek Culturele veranderingen Nederland (CV, zie bijlage 12.1). Met dit onderzoek is het slechts in beperkte mate mogelijk om een indruk te krijgen van het voorzieningengebruik van mensen. Daarvan ontstaat een beter beeld als gebruik kan worden gemaakt van het Aanvullend voorzieningengebruik onderzoek (AVO).

Om de leefsituatie-index te kunnen relateren aan voorzieningengebruik, moet er een koppeling worden gemaakt tussen de CV en het AVO. Voor 7 van de 8 domeinen die nodig zijn om de leefsituatie te berekenen zijn gegevens beschikbaar in het AVO. Alleen voor het domein vakantie ontbreken gegevens. Niet alle domeinen zijn volledig gevuld: zo ontbreken in het AVO de oppervlakte van de woonkamer, het aantal kamers, huishoudelijke luxegoederen en sociaal isolement.

Door het uitvoeren van een regressieanalyse met variabelen die zowel in CV als in AVO zitten, kan bekeken worden in hoeverre een schatting van de leefsituatiescore in het AVO kan worden gemaakt. De in de CV verkregen regressiecoëfficiënten worden dan in AVO gebruikt om de leefsituatie te schatten. Na verschillende analyses bleek de volgende beperkte set variabelen 87% van de variantie in de leefsituatie-index te verklaren:

Inkomen is niet meegenomen, omdat daar veel missende waarden op zijn; gezondheid is niet opgenomen, omdat daar veel wijzigingen in plaatsvinden.

Als met deze variabelen, op basis van de regressiegewichten, de leefsituatiescore wordt berekend, levert dat een score op die zeer goed correleert met de oorspronkelijke leefsituatiescore (correlatiecoëfficiënt 0,93).

Gemiddelde leefsituatie naar voorzieningengebruik


allen (leefsituatie- score)

gebruik van een voorziening (%)

alleen mensen met een slechte leefsituatie (leefsituatiescore)


geen gebruik

wel gebruik

slechte leefsituatie

goede leefsituatie

geen gebruik

wel gebruik

is er in de laatste 2 jaar contact geweest met







uitkeringsinstantie (25%)

103

99

31

17

73

76

arbeidsbemiddeling (18%)

102

101

18

12

73

79

belastingdienst (41%)

101

104

29

46

74

74

ziektekostenverzekering (50%)

101

103

45

55

74

74

verhuurder (24%)

104

96

40

11

74

74








wacht op opname in ziekenhuis (13%)

102

100

16

9

73

74

wacht op thuiszorg (4%)

103

83

14

0

68

75








huishoudelijke hulp i.v.m. gezondheid

100

91

24

4

82

78

waarvan: hulp thuiszorg (gem. 91) (49%)

95

87

61

28

79

76








particuliere ziektekostenverzekering (27%)


103

8

50


81

ziekenfondsverzekerd (65%)


97

86

41


83








bezit museumjaarkaart (71% nee)

98

102

83

61

80

83

bezit CJP (100 gem., 97% nee, mensen die in aanmerking komen)

100

101

99

97

82

87

bezit pas-65 (98 gem., 80% nee, mensen die in aanmerking komen)

99

90

60

92

81

79

gebruik pas-65 (91, 60% nee)

86

97

78

25

78

83

lid artotheek (2% ja)

99

104

99

97

81

80








hypotheek (ja, 87%)

99

104

54

91

82

85

huursubsidie (ja, 25%)

93

85

38

4

82

78








afgelopen 3 maanden gebruik huisarts (61%)

100

99

70

58

82

81

afgelopen 3 maanden gebruik medisch specialist (31%)

100

97

41

24

82

80

afgelopen 12 maanden gebruik fysiotherapeut (23%)

100

98

27

21

81

80

afgelopen 12 maanden gebruik GGZ (4%)

99

98

5

4

81

81

maatschappelijk werk (3%)

100

93

8

1

81

80

opname in ziekenhuis (11%)

100

96

17

7

81

80








beroep voor persoonlijke verzorging op







gezinsleden (53%)

97

102

30

67

80

83

uitwonende familie (15%)

100

97

20

9

81

80

thuiszorg (28%)

100

97

42

24

82

80

afgelopen jaar hulp gekregen van thuiszorg (6%)

100

88

19

2

82

77

Bron: SCP (CV’04; AVO’03)

© Sociaal en Cultureel Planbureau

Laatst gewijzigd: 31 augustus 2005. Opmerkingen en reacties gaarne naar de webmaster@socialestaat.nl.