De Sociale Staat van Nederland 2005, bijlagen

Hoofdstuk 8 Participatie

Bijlage 8.3 Tabel B 8.3 Sociaal isolement, naar achtergrondkenmerken, 1998 en 2003 (in procenten)



1998





2003




minder dan

een keer

per twee

weken

contact

met buren

een keer

per maand

of minder

contact

met

familieleden

een keer

per maand

of minder

contact

met vrienden/

kennissen

voelt zich

(soms) van

andere mensen

geïsoleerd


minder dan

een keer

per twee

weken

contact

met buren

een keer

per maand

of minder

contact

met

familieleden

een keer

per maand

of minder

contact

met vrienden/

kennissen

voelt zich

(soms) van

andere mensen

geïsoleerd

hele bevolking

24

9

12

11


20

8

11

12











lo/vglo

22

10

15

15


20

8

15

16

mo

24

9

10

9


19

8

9

10

hbo/wo

27

8

8

10


20

6

7

8











autochtoon

24

9

12

11


20

7

11

11

allochtoon

41

27

8

24


21

17

11

32











<18 jaar

30

18

1

10


30

10

1

16

18-34 jaar

30

8

5

10


27

8

4

12

35-64 jaar

20

8

15

11


16

7

13

11

65+ jaar

19

10

22

14


16

8

21

13











alleenstaand

32

9

11

18


24

9

9

18

paar m. kind

21

10

10

8


18

8

9

11

paar z. kind

22

6

14

10


18

5

14

8

eenoudergezin

26

14

12

17


29

10

11

18











betaalde werkkring

25

8

10

9


20

7

9

8

arbeidsongeschikt

22

13

13

21


13

17

14

31

studerend

37

18

2

10


30

7

2

15

huisman/vrouw

19

6

17

14


16

7

17

14











zeer sterk verstedelijkt

31

14

14

15


23

9

10

15

sterk verstedelijkt

23

9

11

12


22

8

10

11

matig verstedelijkt

23

9

11

9


20

7

11

11

weinig verstedelijkt

23

8

11

10


18

7

11

10

niet-verstedelijkt

19

8

13

9


12

7

12

10











man

22

12

12

10


18

10

11

10

vrouw

25

6

11

12


21

6

11

13

Bron: CBS (POLS’98 en ‘03) gewogen uitkomsten

© Sociaal en Cultureel Planbureau

Laatst gewijzigd: 30 augustus 2005. Opmerkingen en reacties gaarne naar de webmaster@socialestaat.nl.