De Sociale Staat van Nederland 2005, bijlagen

Hoofdstuk 9 Mobiliteit

Bijlage 9.4 Mobiliteitsmotieven naar persoonskenmerken, 2004

In welke mate verschilt de verdeling over motieven naar persoonskenmerken (figuur B9.1)? Hoewel voor beide seksen vrijetijdsactiviteiten het belangrijkste verplaatsingsmotief vormen, genereren mannen aanzienlijk meer woon-werkverkeer, en zijn vrouwen relatief veel op pad voor huishoudelijk gerelateerde taken, zoals het doen van boodschappen. Kortom, de nog immer onevenwichtige rolverdeling tussen mannen en vrouwen (zie ook Portegijs et al. 2004) komt ook in hun verplaatsingsgedrag tot uitdrukking. De verdeling naar leeftijd maakt duidelijk dat het merendeel van de verplaatsingen gemaakt door ouderen (65-plussers) een huishoudelijke of vrijetijdsbestemming betreft. De verdeling van de motieven over de inkomensgroepen geeft aan dat bij toenemend inkomen het werkmotief aan belang wint, ten koste van huishoudelijke en vrijetijdsmotieven.

Figuur B9.1 Aantallen verplaatsingen, bevolking van 12 jaar en ouder, naar motief, uitgesplitst naar persoonskenmerken, 2004

Figuur B9.1
Bron: RWS-AVV (MON‘04)

© Sociaal en Cultureel Planbureau

Laatst gewijzigd: 30 augustus 2005. Opmerkingen en reacties gaarne naar de webmaster@socialestaat.nl.